Zoemen, zwermen en moordwijven

Mijn eerste bijenjaar

Onze hoofdbijenouder Jasmin Kenjar houdt al meer dan veertig jaar bijen. Ikzelf, Melanie van Norden, heb sinds maart 2026 mijn eerste bijenvolk. En het is een avontuur geweest, deze eerste maanden. Pas nu het eerste bijenseizoen er (bijna) op zit, kan ik overzien wat het inhoudt. Wat er van je wordt verwacht als bijenouder. En wat de bijenseizoenen precies van je verwachten.

Ik heb een drukke baan, ik doe allerhande vrijwilligerswerk, ik heb geen kinderen of huisdieren. En sinds maart dus een bijenkast. Jasmin had me gewaarschuwd dat ik wel eens verliefd zou kunnen worden op die 70.000 zoemende dames die ik op mijn groene dak zou zetten. Hij heeft gelijk gekregen.

En hij had nog een theorie. Jasmin geloofde er heilig in: in de stad gaan bijen het waanzinnig goed doen. Beter dan in het buitengebied, waar meer pesticiden zitten. In de stad investeren mensen juist in tuinen vol bloemen. Er zou het hele jaar door genoeg te eten moeten zijn. "Geloof me maar," zei hij. "Nergens om je zorgen over te maken."

Een mooie hypothese. Ik hield hem in mijn achterhoofd. Want zoveel ging er dat eerste jaar gebeuren, dat ik af en toe compleet vergat dat er ook nog een experiment liep.

Maart: een kakelverse koningin

De kast werd op 27 maart 2026 op ons dak geplaatst. Ik kreeg een kakelverse koningin. Hagelnieuw, geboren in 2026. Koninginnen worden ongeveer vier à vijf jaar oud, dus deze was nog piepjong, fit en boordevol eitjes. Toen de kast werd geplaatst, was het nog koud buiten, dus de bijtjes werden een beetje bijgevoerd met veredeld suikerwater. Voor de bijen was het nog te koud om te vliegen voor nectar en stuifmeel, maar het volk moest wel groeien en aansterken.

Toen Jasmin de kast plaatste, zei hij nog: "Je hoeft eigenlijk helemaal niet zoveel te doen. Drie, vier keer per jaar even kijken, en dan is het goed." Nou. Dat klopt niet helemaal. Ik denk dat als je uitgaat van een uur per week, dan zit je meestal goed, al hangt het ook wel af van het volkje. Zie het als een grove inschatting. En een optimistische.

Het was in elk geval spannend. Mijn vriend en ik klommen vaak via de ladder het platte dak op om te kijken hoe de dames het deden. De eerste dag waren ze nog van de leg, ze vlogen wat onrustig rondjes. Maar een dag of twee later lanceerden ze zich als gevechtsvliegtuigen van een vliegdekschip. Ze kwamen terug met kleurige klompjes stuifmeel aan hun pootjes, geel, soms zelfs blauw. Een goed teken, zei Jasmin: dat betekende dat er baby's werden geboren.

Het weer werd beter, de lente kwam eraan, en elke ochtend schoven we voorzichtig het houtje opzij dat de vliegopening in het winterseizoen verkleinde. Eerst met handschoenen aan, uit pure schrik. Later met blote handen, met opgebouwd zelfvertrouwen. Die dames hadden het namelijk helemaal niet op ons gemunt. Je kon prima naast de kast staan. Alleen niet ervoor. Dan kreeg je zoiets als op Schiphol wanneer vliegtuigen niet kunnen landen: ze blijven cirkelen tot er een plekje vrij is op de landingsbaan. Zit je verliefd op je hurken naar je volk te kijken, sta je op, en besef je je dat je omcirkeld bent door honderden zwaarbeladen bijtjes die je ineens vrij dreigend aankijken. Jij blokkeert de landingsbaan.

De eerste steek

Mijn vriend is een echte auto- en motorfreak. Op een dag had hij net zijn broer geholpen zijn motor weer startklaar te maken voor het voorjaar. Zijn handen roken nog behoorlijk naar brandstof en... pats. De eerste bijensteek, in zijn onderarm. We leerden meteen twee dingen. Eén: hij is allergisch. De dikte van een berenpoot is er niets bij. Twee: bijen hebben een enorm sterk reukorgaan, en gekke luchtjes (parfum, chemische spulletjes, benzine) worden meteen als gevaar gezien. Kom dus nooit geurend bij je bijenkast.

We ontdekten trouwens ook meteen een stukje oude bijenhoudersleer: bijensteken zouden goed zijn tegen reuma en artritis. Geen medisch advies, gewoon een leuk fabeltje dat misschien best eens waar kan zijn.

Ruimte, ruimte, ruimte

Eind april werd het tijd om de huisvesting voor de eerste keer te controleren. Een bijenvolk groeit in het voorjaar van een wintersterkte van misschien 10.000 bijen naar wel 70.000. Dat betekent: er moet een verdieping bij. Je plaatst dan een extra 'honingzolder', zodat de dames direct kunnen doorbouwen zodra de bovenste vol zit.

En dat wordt dan ook je taak, de hele zomer lang: continu checken of er genoeg ruimte is om honing op te slaan. Is die er niet, dan komt er een verdieping bij. Bijen zijn namelijk echte hoarders. Geef je ze geen ruimte, dan gaan ze honing opslaan precies op de plek waar eitjes gelegd moeten worden. En raakt de boel echt vol, dan vertrekt het hele volk gewoon. Ergens naar een nieuw onderkomen. Waarschijnlijk de schoorsteen van je buren, en dan heb je pas echt gezeik.

70.000 boze kinderen

Toen kwam april en werd het heet. Pokkeheet. Ineens hingen de bijen als een baard massaal buiten de kast. Het gezoem klonk anders. Hoger. Onrustiger. Ik zette bakjes water neer, sleepte parasols naar boven die de wind bijna van het dak blies (ik zag die claim van een geplette fietser al voor me), en dacht heel even echt: mijn god, waar ben ik aan begonnen. Die 70.000 dames op mijn dak waren boos, oververhit, en ik kon er niets aan doen.

Mijn laatste opvoedkundige ervaring was een desemcultuur. Daarvoor had ik al bewust besloten dat kinderen niets voor mij waren. En nu had ik ineens 70.000 kinderen. Boze kinderen.

Jasmin stelde me gerust: dit hoort erbij. Als het warm is, klapperen de werksterbijen met hun vleugels om verkoeling te brengen. Ze nemen kleine druppeltjes water mee naar binnen en laten die verdampen, een soort ingebouwde bijen-airco. Maar van al dat klapperen krijgen de bijtjes zelf het ook warm. Zitten er te veel bijen in de kast, dan zorgt al die lichaamswarmte er juist voor dat de kast te warm wordt. Dus worden er bijen naar buiten gejaagd, zodat een kleinere groep binnen efficiënter kan blijven koelen. Slim systeem. Een beetje meedogenloos ook, maar slim.

En het is nodig ook: wordt de kast te warm, dan sterft het broed, simpel gezegd: je bijenbaby's gaan dood. Bovendien raken de bijen in paniek omdat honingraten kunnen smelten, waardoor hun hele zwoegend verzamelde voorraad zomaar wegloopt.

De dag dat de lucht zwart werd

Het was weer zo'n warme dag. Een snikhete dag. En ik had een voorgevoel. Zouden die bijen het wel aankunnen op mijn dak? De parasol op het dak was te gevaarlijk, dus ze stonden in de volle zon. Bloedheet. Dus ik besloot voor de zekerheid thuis te werken. Of ik het nou aanvoelde aan het gezoem (zou ik dan toch moederinstinct hebben, wie weet) of gewoon toeval was, weet ik niet. Ik zat op het dakterras te werken toen ik ineens een geluid hoorde alsof er een zoemende trein over mijn hoofd denderde. Ik rende de ladder op, stak mijn hoofd boven de dakrand uit.

70.000 bijen, allemaal tegelijk in de lucht. Fietsers moesten door een zwarte wolk bijen heen fietsen. Ze gingen zwermen. Jasmin had er weleens over verteld, maar ik had het zelf nog nooit gezien.

Gelukkig zijn zwermende bijen niet agressief. Ze wachten gewoon in de lucht tot ze zien waar de koningin naartoe gaat, en verzamelen zich dan om haar heen. Het volk splitst zich: er wordt binnenkort een nieuwe koningin geboren, en de oude koningin weet dat ze weg moet. Blijft ze, dan jaagt de nieuwe koningin haar op en maakt haar dood. Dus neemt ze een groot deel van het volk mee op zoek naar een nieuw huis. De jongere werksters blijven achter, wachtend op de nieuwe koningin.

Ik SOS'te Jasmin. Binnen vijftien minuten stond hij, met een extra kast, voor mijn deur. Hij scande het kluitje bijen, zag een bij met een likje verf op haar rug (de koningin, gemarkeerd zodat hij haar makkelijk terugvindt), pikte haar met blote handen uit die berg bijen zonder ook maar één keer gestoken te worden, en zette haar in de nieuwe kast.

We gingen koffie drinken. Tien minuten later zaten alle 35.000 dames, de helft van het volk, rustig in hun nieuwe onderkomen. Geen bij meer in de lucht. Bizar. En zo had ik ineens twee bijenkasten.

We zochten een plekje op het dak dat sterk genoeg was om 70+ kilo te dragen, want zoveel weegt een kast met een vol volk en een volle honingzolder aan het einde van het seizoen. We wilden natuurlijk voorkomen dat de kasten ooit door ons dak zakken en in de woonkamer landen. Dus de sterkteberekeningen erbij, uitgemeten waar de ijzeren balk loopt, en hoppa: huisnummer 2 kreeg zijn eigen stekkie.

Even een zijstapje: de hoornaar-oorlog

Rond juni en juli sloeg de droogte toe en verdorden de bloesems in de lindenbomen in Venlo, precies wanneer de bijen er het hardst op moesten kunnen rekenen. En alsof dat niet genoeg was: er verscheen een stortvloed aan hoornaars. Enorme beesten, en mijn bijenkasten waren voor hen één lopend buffet.

Een hoornaarvolk heeft twee soorten werkers. Het ene type haalt eiwitten: ze vangen een bij, landen op een tak, bijten de kop eraf en brengen de bijen-kipfilet naar het nest voor de baby-hoornaars. Het andere type haalt suikerwater. Die vliegen de hele dag heen en weer tussen een suikerbron en het nest.

Handig detail: vang je zo'n suikerhaler, geef je haar een stipje verf op haar rug, en houd je met een app bij welke richting ze vliegt en hoe snel ze terug is, dan kun je met een paar gemarkeerde hoornaars het nest gaan lokaliseren.

Ik kocht bij de Bauhaus een elektrische vliegenmepper on steroids om de eiwithalers te "frituren". Ik maakte 'wiekpotten' met lokstof erin om suikerhalers te lokken. En ik kocht bij de Koops Boekhandel Posca stiften om de hoornaars te kunnen markeren in diverse kleuren. Kortom: ik werd in een paar weken tijd half CSI-agent, half gadgetfreak.

Eerlijk is eerlijk: ik weet precies hoe het opspoor-trucje moet, maar de rust en tijd om het echt uit te voeren, die heb ik dit jaar niet gevonden. Mijn kasten bleven een buffet.

Mijn meiden bleven onrustig. Ze hadden echt stress van de hoornaars. Ik moest er iets op verzinnen.

Ik ontdekte ook dat je een soort bijenserre kunt maken van fijn kippengaas: bijen komen er wel doorheen, hoornaars niet. Met wat zaagwerk en ijver had ik binnen no time twee "muilkorven" gebouwd. Als krenterige bijenouder kocht ik 6mm gaas voor 29 euro in plaats van het 8mm gaas van 159 euro. Ik leerde die dag: bijen zijn, net als baby's, bruiloften en uitvaarten, iets waar je per definitie te veel voor betaald.

Gelukkig kregen de dames snel handigheid erin. Rechtervleugel intrekken, linkervleugel intrekken, en naar binnen rollen. Alleen de zwaarst beladen dames hadden het lastig. Groter gaas staat inmiddels op mijn lijstje.

Moordwijven

Eind juli, met het winterseizoen voor de bijen dat start in september in het vooruitzicht, besloten we één kast bij te voeren met bijensiroop. Dan zouden de bijen de honing overhouden voor de echte winter, en konden ze nu eten van de suikersiroop. Voorzichtig, geen druppel gemorst, dachten we. Maar andere bijen in de buurt hadden het toch geroken. Buiten was door hitte en droogte niks te vinden, maar op het dak van Melanie stond een cocktailbar vol helder suikerwater. Het roofseizoen ging beginnen.

Mijn eerste kast had genoeg honing voor het hele seizoen en meer. Toch besloten ze te gaan roven bij de tweede kast, hun buren. Bijen van volk 1 slachtten massaal bijen van volk 2 af op de vliegplank. Kwam je met je vinger in de buurt: good luck. Binnen no time zat er een bijenlollie aan je vingers geplakt. Steek gegarandeerd.

En alsof de hoornaars nog niet genoeg bijensterfte hadden veroorzaakt, moesten nu ook de mannetjesbijen eraan geloven. Mannetjesbijen kunnen niet steken. Eigenlijk kunnen ze niets zelf. De dames joegen ze de bijenserre in en trokken ze gewoon dwars door het te kleine gaas heen kapot. Mannen mogen gewoon niet meer naar binnen.

Daar lagen ze: gestoken, kapotgetrokken, of uitgehongerd in de kou. Geef de dames eens ongelijk: de mannen eten alleen maar mee van de wintervoorraad, en er vliegt geen koningin meer die bevrucht moet worden. Het winterseizoen is ladies only.

Dit alles gebeurt dus in de zomervakantieperiode. En dat betekent: wil je zelf op vakantie, dan moet je ook zorgen voor bijensitters. De bijen hebben ook in jouw afwezigheid liefde, aandacht en verzorging nodig. Had ik vooraf niet bedacht.

Augustus: winter-preppen

Augustus staat in het teken van het "winter-preppen": de bijen behandelen tegen varroamijten. Onbehandeld groeit die mijtenkolonie door, ze leven van het vet op het bijenlichaam en eten bijen letterlijk levend op. Kijk je na de winter zonder behandeling in de kast, dan is elke bij dood.

De behandeling gebeurt meestal met zuren, via strips, druppels of gas. Prima te verdragen voor de bijen, met mate toegediend, maar je mag geen honing meer eten uit een kast die behandeld is. Dus eerst moet alle honing boven de 20 kilo eruit (de wintervoorraad die elke kast zelf mag houden). Uit mijn kast haalden we 20 kilo uit de kast voor consumptie en meer dan 20 kilo hielden de bijen zelf. Wat een harde werksters.

En denk je dat oogstmoment even in: twee grote mensen in imkerpakken dringen jouw huis binnen om je voorraadkast leeg te halen. Hoe zou jij reageren? Precies. Agressief. Op oogstdag zijn de dames echt even niet friendly. Ik geef ze geen ongelijk.

Victory tastes sweet

De dichte honingraten gingen mee met Jasmin. Honingslingeren wil je echt niet thuis doen in je schone huis en keuken! Slingeren is, zo leerde ik, een hels karwei. Elke honingraat moet je met een vorkje openprikken, dan slingeren, dan minimaal 24 uur laten staan, dan de bovendrijvende koek van honingraadresten afscheppen, dan nog eens 24 uur laten staan, dan nog een of twee keer filteren. Pas dan heb je een emmer met honing.

Jasmin heeft er een aparte, bijna steriele keuken voor in zijn huis. Vloer en wanden worden dichtgeplakt met stucloper, want er lekt gegarandeerd honing en daar loop je dan weer doorheen.

En toen kon ik zelf potjes gaan vullen. De BijeLeefde honing. Ik moest nog etiketten bestellen (er blijken eisen te zijn aan wat er precies op een honingetiket moet staan), verpakkingsmateriaal regelen, en bedenken wat we vanuit BijeLeefde in € vragen voor een lokaal potje Venlose honing. Want de honingverkoop is niet voor ons als bijenouder.

Op een paar potjes na die je lekker zelf op kunt smikkelen gaat de opbrengst naar de stichting: zo bekosten we varroabestrijding, suikersiroop, nieuwe kasten en ramen. Je koopt een kast maar één keer, maar ramen en onderdelen zijn na een paar jaar aan vervanging toe.

Maar toen die eerste rij potjes klaar stond, mijn eigen honing, uit mijn eigen kast, van mijn eigen dames, toen was daar dat moment. Al die uren op de ladder, die steek, dat zwermmoment waarop ik dacht dat de zonsverduistering ongepland was gestart, de hoornaars, de moordwijven: het zat allemaal in die potjes. Victory tastes sweet. Heel letterlijk.

Hoe zit het nou met die stad-hypothese

Weet je nog... Jasmins theorie van helemaal aan het begin? Bijen in de stad zouden het beter doen dan in het buitengebied, minder pesticiden, meer bloementuinen, dus genoeg te eten het hele jaar door.

Die hypothese is dik, dik bevestigd. Jasmin zegt zelf dat hij nog nooit zulke goede kasten heeft gezien. Deze volken hebben ongewoon veel honing opgeleverd en zijn uitgegroeid tot uitzonderlijk sterke kasten. Precies wat hij voorspelde, en dan nog beter dan verwacht.

En … de bijen, die klinken gelukkig, luister maar naar het gebep.

Wat ik geleerd heb

Ik ben verzot op de bijen. Het zijn heerlijke huisdieren: je huis blijft fris ruiken, je hoeft binnen niet extra te stofzuigen, en de hoeveelheid en intensiteit van verzorging valt best mee. Maar de tijd die het je kost, hangt sterk af van omstandigheden buiten jouw controle.

Veel hoornaars? Dan ben je druk met opsporen. Een volk dat snel zwermt? Dan check je vaker of er ruimte genoeg is en of er nieuwe koninginnen staan te popelen. Veel varroa? Dan kost behandelen meer tijd. De tijd die nodig is kun je moeilijk zelf inplannen. Dat plannen die dames voor jou in.

Je moet ongeveer op 1 uur per week rekenen dat je tijd besteed aan je bijen. En zeker als je nog leert, komt Jasmin acht tot tien keer per jaar bij je langs voor een health check. Dat is zo gepiept, maar je moet het wel inplannen.

En hier komt het punt dat ik in maart nog niet doorhad, maar nu wel: Jasmin kan al deze checks en controles en werkzaamheden niet alleen blijven uitvoeren als de BijeLeefde community groeit.

Niet omdat hij het niet zou willen, maar er zitten maar 24 uur in een dag. Zijn we straks ineens met dertig bijenouders, dan kan hij onmogelijk bij iedereen steeds zelf langsgaan. Dus moet de kennis van Jasmin worden doorgegeven.

Bijenouders met 1 jaar ervaring nemen bijenouders met 0 jaar ervaring onder hun hoede. Zo helpen we elkaar, zonder dat Jasmin (of ik) overal tussen hoeven te zitten. Maar Jasmin is altijd de vraagbaak en onze achtervang.

Maar dat betekent ook dat je, na een eerste jaar, bijenbuddy wordt van iemand die net begint.

Doe je mee?

Jasmin heeft niet gelogen: het is fantastisch, en je wordt een beetje verliefd op je bijtjes. Maar het idee waarmee ik in maart begon, dat je alleen een kastje in je tuin hoeft te zetten en verder niets, dat is gewoon niet de realiteit. Er wordt wel iets van je verwacht.

En dat is precies waarom ik dit met je deel. Niet om je af te schrikken, maar om je heel eventjes te laten stilstaan. Wil ik dit? Kan ik dit? Durf ik dit?

Zo ja: dan komen we binnenkort je tuin inspecteren of hij bee-proof is. Dan bestellen we alle materialen zodat jij vanaf maart volgend jaar aan je eigen eerste bijenavontuur kunt beginnen.

De data voor het gezamenlijke bijenonderhoud staan al vast, die staan in de mail en die mag je alvast in je agenda zetten. Kun je een keer niet? Geen probleem. Kun je nooit? Dan is dat misschien ook een teken.

Want BijeLeefde is een community. Onderhoud, honing slingeren, alles doen we samen. En dat vraagt een klein beetje commitment.

En wat denk je: ben je in voor een avontuur?